, Voor het laatste nieuws van elke sport

Lance kijkt niet in de spiegel

Uitgegeven: 20 juli 2010 08:02
Laatst gewijzigd: 20 juli 2010 08:11

Etalageruiten liegen niet. Lance Armstrong zwoegt zich naar het einde van zijn laatste Tour.

1274

Alessandro Petacchi reed met een verse groene trui van het podium naar zijn ploegbus. In wandeltempo, de handen losjes op het stuur, slingerde hij zich door de menigte. Op honderd meter van zijn bus riep iemand heel hard ‘Alessandro!’.

Petacchi wilde over zijn schouder kijken, maar halverwege bleef zijn blik hangen bij iets veel belangrijkers. Een etalageruit. Hij plaatste zijn handen in de beugel, zette zijn blik op molto cool en spande zijn kuiten aan. Goedkeurend bekeek hij zichzelf in de etalage. Het zat wel goed met zijn vorm.

Begluren

Etalageruiten zijn de spiegel van de wielrennersziel. Hoe groter, hoe beter. Laat een peloton renners langs een grote, donkere etalageruit rijden en je weet zeker dat bijna alle hoofden even opzij draaien. Zoals de rondemiss haar spiegeltje uit haar tas vist om haar make-up te checken en nog wat te prutsen aan haar krullen, zo begluren renners zichzelf in de ruiten van de plaatselijke bakker, witgoedwinkel of supermarkt.

Ze staren naar hun zit. Naar de tekening op hun kuiten. Naar de bruintint op hun armen. Naar de nieuwe bril op hun neus, de hoogte van hun sokken, de stand van de helm, de pezen op hun dijbeen, de hoge velgen in hun fiets, de fonkeling van de spaken.

'Gesoigneerd'

Wielrenners doen een moord om ‘gesoigneerd’ te zijn. Dat woord is de overtreffende trap van ijdel, narcistisch en spiegelgeil. Maar ook van perfect. Een renner die aan alle wielermodewetten voldoet (gladgeschoren bruine kuiten, sokken op de juiste hoogte, gebeeldhouwde zit, bril met spiegelende glazen), krijgt van zijn collega’s het mooiste compliment wat hij kan krijgen: ‘Ziet er gesoigneerd uit.’ Daar kan geen klassieke zege of Tourrit tegenop.

Je kunt thuis voor de spiegel nog zo lang prutsen aan je sokken, de stand van je bril en de coupe soleil in je haren: in de etalageruit is het altijd anders. Etalageruiten liegen niet.

Drie types

Er zijn drie types etalagestaarders.
Categorie 1: die van de renners in topvorm. Die grijpen iedere ruit aan om zichzelf uitgebreid te bekijken en de motivatie nog verder op te krikken. Als ze zichzelf hebben begluurd, hunkeren naar de volgende ruit. (Onder deze categorie vallen trouwens ook alle Italianen. Maar die kijken in iedere etalageruit omdat dat moet als je uit Italië komt).

Categorie 2: de renners in redelijke vorm. In deze categorie valt het vrijwel het hele peloton. Er ontbreekt hier en daar het nodige aan het gesoigneerde beeld (sokken te hoog, kuiten te wit, shirt flubbert een beetje), maar het is geen verloren zaak. Ze kijken in de etalage en denken: mwah, dat kan er mee door – morgen is er weer een dag.

Categorie 3: de renners zonder moraal, verlangen en ambitie. Deze mannen durven niet meer in de etalageruit te kijken. Ze willen niet geconfronteerd worden met het gebroken hoopje mens dat als een nat doekje over zijn fiets hangt. Ze willen hun eigen losseflodder-kuiten, het snot op hun bakkes en hun zwoegende houding niet zien. Ze kijken niet naar links of rechts, ze staren rechtdoor en hopen dat het snel over is. De etappe, de Tour, hun carrière.

Armstrong

Gisteren kwam ik Lance Armstrong tegen, vlak na de finish. Hij fietste door een winkelstraat vol etalages. Hij passeerde ruit na ruit na ruit. Hij keek niet één keer opzij.

Arme Lance. Ik hoop voor hem dat het snel over is.

© NUsport/Thijs Zonneveld
Reageren? Ga naar NUjij.nl Mail/tip de redactie
Foto bij dit bericht? Stuur hem op! Zoek nieuws over dit onderwerp
Afdrukken Stel je vraag over dit onderwerp

nusport.nl is onderdeel van het netwerk van Sanoma Digital Group The Netherlands B.V.