, Voor het laatste nieuws van elke sport

Wereldkampioen met een rietje

Uitgegeven: 6 juli 2010 09:21
Laatst gewijzigd: 6 juli 2010 15:58

Geluksveters, mazzelonderbroeken, magneetbandjes: het werkt allemaal. Want er is geen logischer geloof dan bijgeloof.

Gisterenavond was ik ‘m ineens kwijt. Ik heb overal gezocht. Onder de bank, tussen de kussens, in mijn rugzak. In blinde paniek (hoe moesten we anders winnen van Uruguay?) heb ik zelfs de prullenbak op zijn kop gezet en ben ik op handen en voeten door het afval gekropen.

Ik zocht mijn rietje. Het rood-wit-blauwe rietje waar ik in de rust van Nederland – Brazilië op begon te kauwen, het rietje dat de wedstrijd deed kantelen, het rietje dat ons wereldkampioen moet maken.

Ik geloof niet in God, Allah, Boeddha of Hare Krishna – ik geloof in mijn rietje. Dat klinkt ongetwijfeld infantiel, maar ik weet zeker dat er tijdens de kwartfinale tegen Brazilië duizenden Nederlanders precies hetzelfde deden als ik.

Ze droegen hun mazzelslip, ze zetten het volume op 14, ze knabbelden aan oranje gelukschips, ze veranderden van stoel en ze gingen extra vaak naar de wc omdat Oranje tegen Slowakije scoorde toen ze stonden te wateren. De vader van Wesley Sneijder ging bewust niet naar Zuid-Afrika omdat hij bijgeloofde dat het beter was als hij bij vrienden in Utrecht keek. Gelijk heeft hij.

Baard

Sporters zelf zijn minstens net zo bijgelovig als toeschouwers. De spelers van Nederland dragen bandjes met magneetjes om de polsen. (Heeft te maken met je persoonlijke balans, weet je.) Rafael van der Vaart laat zijn baard staan om geluk af te dwingen, de Spaanse keeper Iker Casillas scheert ‘m juist af.

Dirk Kuijt laat zich bibberen door Henk de Gier, Luis Suarez stapt niet met zijn schoenen op de lijn bij het opkomen van het veld, Cristiano Ronaldo moet elke dag duizend sit-ups doen en de spelers van Ghana laten het liefst voor de wedstrijd albinodwergen tegen de doelpalen urineren. Het is dat die dwergen te klein waren om tegen de lat te plassen – anders had Asamoah Gyan de penalty in de laatste minuut van de verlenging tegen Uruguay gewoon via de onderkant van de lat binnengekleund.

Ondersteboven

Uiteraard bijgeloven niet alleen voetballers. De Zwitserse wielrenner Fabian Cancellara, tot gisteren geletruidrager in de Tour de France, draagt zijn rugnummer 13 ondersteboven. Want 13 = ongeluk, en omgekeerd ongeluk = geluk. Geen speld tussen te krijgen. Verder zit er in zijn achterzak een engeltje. (Misschien is het wel hetzelfde engeltje dat bij Hans van Breukelen op de lat zat tijdens het EK in 1988).

Met zoveel bijgeloof was het volkomen logisch dat Cancellara geluk had met het weer tijdens de proloog in Rotterdam. En dat hij aan een kletterpartij tijdens de massasprint in Brussel geen schrammetje overhield. En dat hij als een van de weinigen op zijn fiets bleef zitten tijdens de afdaling van een zeephelling in de Ardennen.

Infantiel of niet: bijgeloven helpt. Want niets is zo logisch als geloven in iets onlogisch.

O ja, mijn rietje. Ik heb hem vanmorgen teruggevonden. Hij zat gewoon in mijn broekzak. Uruguay kan het schudden.

© NUsport/Thijs Zonneveld
Reageren? Ga naar NUjij.nl Mail/tip de redactie
Foto bij dit bericht? Stuur hem op! Zoek nieuws over dit onderwerp
Afdrukken Stel je vraag over dit onderwerp

nusport.nl is onderdeel van het netwerk van Sanoma Digital Group The Netherlands B.V.