, Voor het laatste nieuws van elke sport

Een granaat op Vertonghen

Uitgegeven: 30 maart 2010 09:05
Laatst gewijzigd: 30 maart 2010 10:24

Er rende dit weekend een jongetje in een roodwit shirt met een arm voor zijn ogen en zijn vingers in de vorm van een pistooltje door de ArenA. Pangpang, deed hij.

Lang, lang, geleden scheenbeschermerde ik een klutscorner tegen het net en begon te rennen. In mijn hoofd wist ik al dat mijn buikschuiver perfect ging zijn. Aanloop, afzet, glijden. Net als Pierre van Hooijdonk op tv. Net als in de modderplassen van het trapveldje om de hoek, waar ik wekenlang had geoefend op de perfecte buiksliding.

Papa zou trots op me zijn. Daar was de cornervlag. Ik zette af, gooide mijn handen naar voren, deed mijn ogen dicht en gleed met mijn borstkas over het natte gras. Toen ik mijn ogen opendeed, zag ik de schoenen van mijn vader. Hij trok me aan mijn nekvel overeind en vroeg wat ik #@^%@##% aan het doen was.

Oude stempel

Mijn vader was (en is) een juicher van de oude stempel. Twee handen in de lucht, springen en ‘hoezee hoezee hoezee’ roepen. Hij gruwt van buikschuivers, cornervlagdansjes en spelers die na een doelpunt het hele veld over sprinten om uit de klauwen van hun ploeggenoten te blijven. Hij is niet de enige. Zo ongeveer alle voetballiefhebbers, oud-spelers, journalisten en trainers met grijs of geen haar keuren de juichmethoden van de huidige generaties af.

Ze staan met kromme tenen over de rand van de generatiekloof en staren vol ongeloof naar de toneelstukjes die de jonkies van tegenwoordig opvoeren na iedere goal. Mijn vader begint altijd over vroeger. Halverwege de zin die vaak begint met ‘Johan Cruijff stak alleen zijn hand...’ zeg ik tegen hem dat hij het niet begrijpt en dat hij oud wordt.

Juichen

Voetbal is veranderd. En juichen dus ook. Voetballers moeten tegenwoordig overal op voorbereid zijn. Ook op een goal. Uitgebreid juichen is hip, maar ook een klap in het gezicht van de tegenstander. De keeper die het hele veld over komt rennen om zich op het hoopje juichende ploeggenoten te werpen – dat is een teken van teamgeest.

Dat ingestudeerde dansje bij de cornervlag is een manier om het bloed onder de nagels van de tegenstander te halen. Die slijmerige tongzoen op het embleem op het eigen shirt dient om het publiek nog wat verder op te naaien.

Geen blessures

De laatste jaren is er van alles voorbijgekomen. Roger Milla danste de tango met de hoekvlag, Mateja Kezman wees naar zijn eigen naam op zijn rug, Peter Crouch deed een robot na, Craig Bellamy zwaaide met een denkbeeldige golfstick en Pierre van Hooijdonk onthaarde zijn borstkas op de grasmat.

Teksten op t-shirts, speentjes in de mond, voetbalschoenen oppoetsen, met z’n allen op de knieën of een orgie in het strafschopgebied: ik vind alles best. Zo lang die spits onderop de stapel lijven niet geblesseerd raakt doordat hij de knie van de rechtsback in zijn oog krijgt, doen ze maar wat ze niet laten kunnen.

Dronken soldaat

Maar toen ik zondag Jan Vertonghen als een dronken soldaat door de ArenA zag wankelen, brak er iets in me. Hoe ik mijn hersenen ook kraakte: ik snapte niet wat hij in #@^%@##% aan het doen was.

Na afloop verklaarde hij dat hij een flitsgranaat op zijn hoofd had gekregen. Toen begreep ik er helemaal niets meer van.

Ik word oud.

© NUsport/Thijs Zonneveld
Reageren? Ga naar NUjij.nl Mail/tip de redactie
Foto bij dit bericht? Stuur hem op! Zoek nieuws over dit onderwerp
Afdrukken Stel je vraag over dit onderwerp

nusport.nl is onderdeel van het netwerk van Sanoma Digital Group The Netherlands B.V.