, Voor het laatste nieuws van elke sport

De Poolse poetsvrouw

Uitgegeven: 15 december 2009 10:30
Laatst gewijzigd: 15 december 2009 10:30

Voor 50.000 euro had ik best een verkoudheidje of een ingescheurde teennagel willen oplopen. Voor een auto erbij had ik met plezier mijn enkel verzwikt of mijn pols gekneusd.

Katarzyna Wojcicka heet ze. Voor dit weekend had ik nog nooit van haar gehoord. Als ik had moeten gokken welke persoon er bij de naam Wojcicka hoorde, had ik ingezet op een oude paus, een achttiende-eeuwse schrijver of de poetsvrouw die briefjes met 'Ik maak hele goede schoon' bij de plaatselijke Albert Heijn ophangt.

Allemaal mis. Katarzyna Wojcicka is een schaatster. Zo eentje die alleen Herbert Dijkstra kent omdat hij haar nog eens heeft zijn ploeteren bij de Europese jeugdkampioenschappen in 1921.

Afstandsbediening dichtklappen

Ik ga altijd even wat anders doen als de Wojcicka's van deze wereld aan de start verschijnen voor een vijf kilometer. De was ophangen, de schuur opruimen, een middagdutje doen. Als ik écht niets anders weet, dan probeer ik mezelf te vermaken door het klepje van de afstandsbediening zo vaak mogelijk open en dicht te klappen in de tijd dat de Wojcicka van dienst een rondje schaatst.

Mijn record staat op 147, gevestigd tijdens een rondje 39,6 van eindeloze vijf kilometerrit tussen een Roemeense Wojcicka en een Azerbeidjaanse Wojcicka. Al die Wojcicka's lijken op elkaar. Zelfs als ik mijn best doe om ze uit elkaar te houden, lukt het me nog niet.

Ook niet met die bewegende foto's die tegenwoordig onder in beeld verschijnen wanneer de schaatsters aan de start staan. De meisjes die met wapperende haren in de camera glimlachen lijken in de verste verte niet op de bebrilde diepzeeduikers die hun schaatsen in het ijs punteren.

Gezicht

Maar dit weekend kreeg Wojcicka ineens een gezicht. Wojcicka was geen bebrilde diepzeeduiker uit de categorie Afstandsbedieningsklepjerecord, maar een Pools meisje met lieve sproeten en een paar Bambi-bruine ogen. Ze vertelde zachtjes dat ze tijdens de Olympische Spelen van 2006 bezoek kreeg van Ingrid Paul, destijds coach van de Rouveense dieseltrein Gretha Smit.

Vraag: of ze niet even ziek kon worden. Ze had, als amateur uit een derde wereldschaatsland, toch niets te zoeken op die vijf kilometer. Een verkoudheidje moest ze oplopen, meer niet. Oorontsteking, ook goed. Of een verzwikte enkel, een verrekte lies of een ingegroeide teennagel - als ze maar een reden had om af te zeggen voor haar vijf kilometer. In ruil ervoor zou ze 50.000 euro krijgen.

Misschien dacht Paul dat Wojcicka een Poolse poetsvrouw was die ze kon betalen voor haar diensten. In plaats van ramen zemen of de remsporen uit de plee boenen een paar euro's om een olympisch ritje over te slaan. Handje contantje, niets zeggen tegen de belastingdienst en de buren.

50.000 euro

Ik had het wel geweten als ik Wojcicka was. 50.000 Euro: dankuwel - uche, uche, hatsjoe. Zeker omdat ze sowieso al niet van plan was om die vijf kilometer te rijden. Dat is als iets verkopen wat je toch al weg wilde gooien. 50.000 Euro voor een lege doos. 50.000 Euro voor een stinkende vuilniszak.

50.000 Euro voor een paar kapotte kerstballen, de aardappelschillen of de krant van vorige week. Er gaan zelfs geruchten dat Paul er een auto bovenop deed. Wojcicka weigerde. Ze reed die vijf kilometer toch. Alsnog. 'Voor de eer enzo'. En 'om te laten zien dat niet alles te koop is.'

De mond wijd open, de tong op haar schaatsen, het hoofd zo rood als haar pak. Katarzyna Wojcicka werd laatste op de vijf kilometer van Turijn. Zelden zo'n mooie overwinning gezien.

© NUsport/Thijs Zonneveld
Reageren? Ga naar NUjij.nl Mail/tip de redactie
Foto bij dit bericht? Stuur hem op! Zoek nieuws over dit onderwerp
Afdrukken Stel je vraag over dit onderwerp

nusport.nl is onderdeel van het netwerk van Sanoma Digital. 2010