, Voor het laatste nieuws van elke sport

RKC vliegt niet meer

Uitgegeven: 27 oktober 2009 09:44
Laatst gewijzigd: 27 oktober 2009 09:43

Files, wegopbrekingen, een haperend richtingsgevoel. Toen ik voor de vierde keer langs dezelfde uitgestorven woonboulevard reed, wist ik dat ik hopeloos verdwaald was. In Waalwijk.

Alles leek op elkaar. Ieder huis, iedere straat, iedere wijk. Zelfs de straatnamen leken hetzelfde.

Na een uur dwalen door een doolhof van grijze wijken met grijze huizen met grijze carports met grijze Nissans kwam ik in een winkelstraat die werd aangeduid als ‘centrum’.

Ik belandde aan een formica tafeltje van een eetcafé. Tegenover me knipperde een neonverlichting in een gesloten keukenzaak: Mandemakers, Mandemakers, Mandemakers. Aan de muur ernaast hing een oude poster van de intocht van Sinterklaas.

Leegte

De winkelstraat straalde hetzelfde uit als de tribunes van het stadion van lokale trots RKC: leegte. Niet van die iedereen-is-toevallig-op-vakantie-leegte of Urk-op-zondag-leegte, maar een diepe, uitgestrekte in-je-uppie-op-De-Stille-Oceaan-leegte.

Mijn driegangenmenu (soep met boterhammen, schnitzel, toetje naar keuze) was al gevorderd tot het bolletje ijs met fruit uit blik toen er ineens iets gebeurde in de winkelstraat. Een lege plastic zak waaide langzaam langs de donkere etalages. De zak was geel met blauw. Het ding bleef in een fietsenstalling van een snackbar hangen.

Ik vroeg de ober om de rekening. Dat kon wel even duren, zei hij, want zijn rekenmachine was kapot. ‘Gebeurt hier wel vaker’, zei hij. Hij liet me achter met het uitzicht op Mandemakers-neonverlichting en de geelblauwe plastic zak in de fietsenstalling.

Puberjongens

Even later liepen er een paar puberjongens de winkelstraat in. Lang voordat ze te zien waren, galmden hun stemmen al tussen de winkels. Ze waren met z’n vijven. Allemaal droegen ze Nikes en een pet met omgebogen klep. Eentje rookte een sigaret. Elke keer als hij rook uitblies, tuitte hij zijn lippen en kneep zijn ogen tot spleetjes. Hij was duidelijk de leider van de groep.

Toen ze langs de plastic zak in de fietsenstalling liepen, stopte de leider ineens. Hij zei iets onverstaanbaars en trok de plastic zak los. Daarna frommelde hij de zak samen tot een bal, gooide het ding in de lucht en gaf er een trap tegen.

De zak kwam nog geen meter ver, maar de actie bleek ‘lachûh’ en gedurende vijf minuten vermaakten de jongens zich met een zaktrappen.

Geelblauwe meeuw

Meestal bleef de zak om een Nike Air hangen, heel soms zweefde het geelblauw een klein stukje. Dan leek het alsof hij op zichzelf kon vliegen, alsof hij zijn vleugels uitsloeg en weg zou klapwieken als een geelblauwe meeuw. Maar de grond was nooit ver weg.

Het spel hield op toen de jongen met de sigaret de zak kapot trapte. ‘Kom, we gaan’, zei hij en de groep slofte verder. De plastic zak bleef achter. De ober kwam met de rekening, ik betaalde en stond op. Toen ik de straat uitliep, keek ik achterom naar de geelblauwe zak. De randen van het plastic fladderden nog een paar keer in de wind, daarna lag hij stil.

© NUsport/Thijs Zonneveld
Reageren? Ga naar NUjij.nl Mail/tip de redactie
Foto bij dit bericht? Stuur hem op! Zoek nieuws over dit onderwerp
Afdrukken Stel je vraag over dit onderwerp

nusport.nl is onderdeel van het netwerk van de ilse media groep bv. 2009