, Voor het laatste nieuws van elke sport

De droom van Eric Heiden

Uitgegeven: 20 januari 2010 09:41
Laatst gewijzigd: 20 januari 2010 09:42

Op 21-jarige leeftijd had Eric Heiden al 5 Olympische titels en 7 wereldtitels op zijn naam staan. Hij vond het daarom hoog tijd om met schaatsen te stoppen en een nieuwe uitdaging te zoeken. Die uitdaging vond hij in een sport die hij als training voor het schaatsen al veel beoefende: wielrennen.

Rond 1980 was de wielersport duidelijk in opkomst in de Verenigde Staten: het aantal renners groeide sterk en de nationale ploeg presteerde goed in internationale amateurwedstrijden.

Toch reden er nog nauwelijks Amerikanen mee in de grote Europese profwedstrijden.

Er bestond nog geen grote Amerikaanse profploeg en wanneer incidenteel een Amerikaanse renner overstapte naar een Europese profploeg, dan had hij vaak te kampen met grote cultuurverschillen en aanpassingsproblemen.

Samen met zijn manager Jim Ochowicz richtte Eric Heiden daarom een nieuwe ploeg op. Heiden werd renner en publicitair boegbeeld van het team. Jim Ochowicz werd de ploegleider.

De hoofdsponsor van het team was de winkelketen 7-Eleven, wat ook een grote sponsor was van de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles.

In de eerste jaren zou het team zich dan ook vooral op die Spelen voorbereiden en zou het officieel nog een amateurteam zijn. Het grote doel was echter, dat het team daarna een profploeg werd en de Atlantische Oceaan over zou steken om de grote Europese koersen te rijden.

'Verdomde hamburgervreters'

In 1985 startte de ploeg voor het eerst in een Grote Ronde: de Giro d’Italia. In eerste instantie reden de meeste 7-Eleven-renners tamelijk verdwaald rond. Ze begrepen weinig van de gewoontes en tactieken in de Europese wielerwereld.

De Noord-Amerikanen hadden ook nog niet allemaal de techniek onder de knie, die vereist is om in een groot profpeloton te kunnen fietsen. Veel Italiaanse coureurs keken vol wantrouwen naar ‘die verdomde hamburgervreters’. Ze gaven 7-Eleven de schuld van bijna elke valpartij, zelfs als er totaal geen 7-Eleven-renner bij betrokken was.

De meeste 7-Eleven-coureurs verstonden nauwelijks Italiaans en Frans, terwijl dat indertijd de voertalen waren in het peloton. De communicatie met renners en ploegleiders van andere teams, maar ook met vertegenwoordigers van de organisatie en de jury, verliep dus allerminst vlekkeloos.

Oortjes

Hun onervarenheid en hun gebrekkige communicatie waren indertijd extra problematisch, omdat de renners toen nog geen ‘oortjes’ hadden. Zeer regelmatig wisten de 7-Eleven-coureurs niet wat op dat moment de situatie in de koers was.

Tijdens de finale van de 15e etappe had de Amerikaan Ron Kiefel bijvoorbeeld geen idee wie er op kop lag en hoever hij daar achter fietste. De Amerikaan zat in een klein groepje. De andere leden van dat groepje demarreerden om de beurt en werden telkens weer teruggepakt.

Daarom besloot Kiefel ook maar eens te demarreren. De Amerikaan bleef wel weg. Hij reed voluit en passeerde op een klim nog één renner die voor hem bleek te fietsen: Gerrie Knetemann.

Op het moment dat Kiefel solo over de finish fietste, zag hij opvallend veel flitslichten van fotografen die dat moment wilden vereeuwigen. Vervolgens stormden er allerlei mensen juichend op hem af. Langzaam begon hij te beseffen, dat hij de etappe had gewonnen.

Tour de France

Vlak voor de Giro van ’85 had 7-Eleven nog een extra renner aangetrokken, die slechts een contract voor één maand kreeg. Een jonge Amerikaanse klimmer: Andy Hampsten. Hij zou er op den duur voor zorgen dat de status van de renners van 7-Eleven totaal veranderde.

Ze waren niet meer de sukkels van de Giro, maar de sterren van de Giro. In 1985 won hij een bergrit in de Giro. In 1988 zou hij zelfs het eindklassement winnen.

De grote droom van Eric Heiden kwam in 1986 uit: hij startte met zijn team voor het eerst in de Tour de France. Heiden was tijdens die koers zelf niet erg fortuinlijk. Als gevolg van een valpartij moest hij in de 18e etappe de koers verlaten.

Andere 7-Eleven-renners hadden meer succes: De Canadees Alex Stieda droeg de gele trui. Davis Phinney won een etappe (en ja, net als indertijd Kiefel, merkte ook hij pas na de finish dat hij de winnaar was).

Een renner uit Californië die niet voor 7-Eleven maar voor een Europese ploeg reed, won dat jaar als eerste Amerikaan de Tour: Greg Lemond. Door zijn successen werden in 1986 voor het eerst live-beelden van de Tour uitgezonden op de Amerikaanse tv.

Gouden combinatie

Toch was ‘Wielrennen & Amerika’ indertijd beslist nog niet altijd een gouden combinatie. Het WK dat in 1986 in Colorado Springs werd verreden was qua aandacht van publiek en pers een flop. Pogingen om een Tour of America op te zetten, werden een groot financieel debacle. Er was nog een lange weg te gaan.

Anno 2010 is het internationale profpeloton Amerikaanser dan ooit tevoren. Bij veel grote Europese wedstrijden zullen 4 teams met een Amerikaanse licentie aan de start verschijnen: Het nieuwe Team RadioShack van Lance Armstrong. De BMC-ploeg waar Karsten Kroon dit jaar voor rijdt. Het Garmin-team waar Martijn Maaskant voor fietst. En hoewel ’s werelds succesvolste wielerteam, HTC-Columbia, slechts enkele Amerikaanse renners onder contract heeft, is ook dat officieel een Amerikaans team.

© NUsport/Rob de Haan
Reageren? Ga naar NUjij.nl Mail/tip de redactie
Foto bij dit bericht? Stuur hem op! Zoek nieuws over dit onderwerp
Afdrukken Stel je vraag over dit onderwerp

nusport.nl is onderdeel van het netwerk van Sanoma Digital Group The Netherlands B.V.