De baan & de weg
| Uitgegeven: | 6 januari 2010 09:32 |
| Laatst gewijzigd: | 6 januari 2010 09:38 |
Donderdag start de zesdaagse van Rotterdam weer in Ahoy. Als het aan mij zou liggen, was de naam van dat evenementencomplex al lang veranderd in ‘Het René Pijnen-Sportpaleis’.
In jaren ’70 en ’80 heerste Pijnen als een kannibaal op de wielerbaan van de Maasstad: hij verslond zijn concurrenten met huid en haar. Maar liefst 10 maal won hij de Rotterdamse zesdaagse.
Oorspronkelijk zagen veel wielervolgers in René Pijnen een toekomstige grote wegrenner. In 1967 won hij brons op de wegrit van het WK voor amateurs.
Het jaar daarop won hij Olympisch goud op de ploegentijdrit en werd hij vijfde in de individuele Olympische wegrit. Begin jaren ‘70 won deze Brabander vier etappes in de Vuelta.
Saai
Ondanks al deze successen vond hij wegwielrennen vaak tamelijk saai. Pijnen beleefde meer lol aan het baanwielrennen. Daarnaast besefte hij dat een topper in het zesdaagsencircuit indertijd veel meer verdiende dan een subtopper op de weg.
Vanaf midden jaren ’70 richtte René Pijnen zich daarom voluit op het baanwielrennen. Die keuze werd een groot succes: met 72 zesdaagsenzeges staat hij derde op de wereldranglijst aller tijden.
In de jaren ’60 en ‘70 maakte de zesdaagsenwereld een grote financiële bloeiperiode mee. Zelfs veel toenmalige wegkampioenen dankten een opvallend groot deel van hun inkomen aan de vele baanwedstrijden die zij in de winter reden.
In verhouding waren de salarissen die wegtoppers bij hun ploegen verdienden indertijd nog opvallend laag. Via de royale startgelden die in het bloeiende zesdaagsencircuit aan ‘Grote Namen’ werden betaald, konden zij toch de publieke bekendheid verzilveren, die ze hadden opgebouwd als wegrenner.
Superieur
Natuurlijk zagen de organisatoren van de zesdaagsen graag dat zulke bekende wegrenners hun startgeld waarmaakten en meespeelden voor een hoge klassering. Daarom werd regelmatig besloten dat Pijnen met zo’n wegkampioen een ploeg moest vormen.
René Pijnen had een superieur tactisch inzicht tijdens de koppelkoersen, zodat hij een geweldige ploeggenoot kon zijn voor onder meer Felice Gimondi, Freddy Maertens, Roger De Vlaeminck, Jan Raas en Giuseppe Saronni.
Het liefst reed Pijnen met een grote wegrenner die zich ook veelvuldig als baankampioen had bewezen: Francesco Moser. Dit koppel reed 14 zesdaagsen samen, waarvan ze er 9 wonnen.
In de jaren ’80 kwam er een einde aan de internationale bloeiperiode van het zesdaagsencircuit. De toeschouwersaantallen, het aantal evenementen, de media-aandacht en de financiële middelen daalden.
Greg Lemond
Juist in die tijd kwam de wegwielersport commercieel gezien sterker tot bloei. De wegtoppers konden voortaan bij hun ploegen veel grotere salarissen verdienen; Greg Lemond was de eerste wielrenner die een contract tekende van een miljoen dollar.
Lemond was ook trendsetter op een ander gebied: wegtoppers gingen specifieker pieken naar een beperkt aantal wedstrijden per jaar. Als logisch gevolg van al die omstandigheden daalde de interesse van wegkampioenen om nog zesdaagsen te rijden.
De laatste jaren waren Zabel en Bettini nog wel actief in de zesdaagsenwereld, maar zij waren uitzonderingen. Het is voor de meeste internationale wegtoppers anno 2010 niet alleen financieel, maar ook sportief niet meer erg aantrekkelijk om zich in het zesdaagsencircuit te wagen.
Thomas Dekker
Omdat het baanwielrennen sinds de jaren ‘80 zoveel minder populair is, heeft de modale internationale wegtopper ook minder ervaring opgebouwd in het rijden van bijvoorbeeld koppelkoersen op de baan, dan de modale wegtopper van 30, 40 of 50 jaar geleden.
Wanneer de modale huidige wegtopper toch ‘even voor de lol’ een zesdaagse mee zou willen pikken, dan bestaat het gevaar dat het voor hem een sportieve deceptie wordt.
Het sportieve niveau van de zesdaagsen is immers hoog. Dat merkte Thomas Dekker vorig jaar in Rotterdam. Dekker vormde toen nochtans een ploeg met baanspecialist Jens Mouris. Dit koppel eindigde op de laatste plaats, met 28 ronden achterstand op de winnaars.
| © NUsport/Rob de Haan |
Stel je vraag over dit onderwerp |
- Kampioen der kampioenen
- Kilometervreters
- Aanvalluh!!!!
- Revolutie in de wielerwereld
- Granaatscherven en valpartijen
- Van ninja tot toptrainer
- De Leeuw van Vlaanderen
- De eeuwige tweede
- De droom van Eric Heiden
- Meevoelen met Mart Smeets
- Acrobatie op de fiets
- Wachten op de Elfstedentocht
- De baan & de weg
- Mandela en het WK
- Oudejaarsdag 1939
- De heerschappij van de Keizer
- De crosser en de cocaïne
- Get rich or die tryin'
- Afscheid van een tijdperk
- De grote dag van Servais Knaven
- De dood of de gladiolen
- 'Sport = entertainment'
- Dromen van de Tour de France
- In de schaduw van de mythe
- 'Jullie zijn moordenaars!'
- Betoverd door VDB
- Het wonder van Dekker
- Yoga, bier en chocolade
- De dandy en de dwaas
- De koning van Hispanje
- Een Nederlandse Vuelta-held
- Langs het ravijn
- De man met de hamer
- Hooliganisme in de wielersport
- Hij liet Contador afzien
- Legale doping
- Het verhaal van een Tourwinnaar
- De DJ van de Tour
- Vallen en opstaan in de Tour
- Wielrennen als heilsleer
- De onvermoeibare zwijger
- De lijdende luisteraar
- Bolletjestrui tegen bolletjesslikkers
- Doping voor dummies
- Extra afzien in de Tour
- Nederlands succes in de Giro
- De dorst van een kampioen
- De val van Pantani
- De macht van de keizer
- Rood-wit-blauwe wielerglorie
Maandag column
| De Klassieker | |
|
Om beurten verdedigen Feyenoorder Jurryt van de Vooren en Ajacied Menno Pot de eer van hun club in de columntwist ‘De Klassieker’. |
Dinsdag column
Woensdag column
Donderdag column
| Menno de Galan | |
|
De Amerikaanse sportbeleving is niet te vergelijken met de sportwereld bij ons. Aan de hand van Menno de Galan bekijken wij elke week de hoogtepunten uit The States. |