De koning van Hispanje
| Uitgegeven: | 16 september 2009 10:20 |
| Laatst gewijzigd: | 20 september 2009 20:57 |
AMSTERDAM - Contador won de Tour. Sanchez won de Olympische wegwedstrijd. Valverde zal hoogstwaarschijnlijk dit jaar de Vuelta winnen. Het Spaanse wielrennen blaakt al jaren van zelfvertrouwen.
Vroeger was dat totaal anders. Tot ver in de jaren ’80 had het Spaanse wielrennen last van een soort minderwaardigheidscomplex.
Ja, de Spanjaarden wilden nog best toegeven dat hun toppers behoorlijk goed bergop konden rijden. Dat konden ze ook moeilijk ontkennen: maar liefst zestienmaal won een Spanjaard het bergklassement in de Tour de France. En Bahamontes won dankzij zijn magnifieke klimwerk in 1959 zelfs het algemeen klassement in de Tour.
Maar wanneer het om andere onderdelen van het wielrennen ging, als de renners moesten tijdrijden, of sprinten, of als er veel wind stond, dan waren de Spanjaarden gedoemd om zwaar te verliezen. Ze leken dit als een noodlot te aanvaarden.
Biertje
Beroemd zijn de anekdotes over Spaanse klimmers uit vroeger tijden, die als eerste bovenop de laatste col van een etappe aankwamen en daar, hoewel de finish pas tientallen kilometers verderop lag, rustig stopten om een biertje of een ijsje tot zich te nemen.
Op die col hadden ze immers hun punten voor het bergklassement gepakt. Dat was hun enige doel. Van meer dan dat durfden zij niet te dromen. De sprint om de etappezege en de strijd voor het algemeen klassement waren bedoeld voor de echte toppers. De niet-Spanjaarden.
Slechts incidenteel was er een Spaanse topper die meer kon dan klimmen; een uitzondering die de regel bevestigde. Zoals de klassiekerrenner en sprinter Miguel Poblet in de jaren ‘50. Of de allrounder Luis Ocana, begin jaren ‘70.
Al werd Ocana, die al in zijn jeugd met zijn familie naar Frankrijk was geëmigreerd en in zijn toptijd voor een Frans team reed, door een groot deel van het Spaanse publiek als een Fransman gezien en niet als een Spanjaard.
Eigenwijs
‘Een echte Spaanse topwielrenner kan alleen maar klimmen.’ Dat adagium gold volgens velen begin jaren ’80 nog steeds. Toen leek de Spaanse wielersport zijn zoveelste klimspecialist af te leveren: Pedro Delgado. Pedro was echter eigenwijs. Hij weigerde zich neer te leggen bij dat zogenaamde noodlot. Waarom zou hij als Spanjaard automatisch gedoemd zijn om nooit de andere facetten van het wielrennen goed te kunnen leren?
In 1986 verhuisde Delgado naar de Nederlandse PDM-ploeg. Dat deed hij niet alleen omdat hij daar heel veel geld kon verdienen, maar ook omdat hij zich wilde bekwamen in ondermeer het tijdrijden en het vechten tegen de wind in waaiers.
In 1988 keerde hij terug naar een Spaanse ploeg, waar hij met z’n ploeggenoten en ploegleiding de kennis deelde, die hij bij PDM had opgedaan. Dat jaar demonstreerde hij in de Tour de France, wat hij had geleerd: hij won het eindklassement, niet alleen dankzij z’n sublieme klimwerk maar ook dankzij z’n tijdritten.
Zelfverzekerd
Met zijn successen leek Pedro Delgado veel Spanjaarden te verlossen van de negatieve vooroordelen die zij over zichzelf hadden.
Delgado’s overstap naar PDM wordt dan ook beschouwd als het symbolische beginpunt van het Moderne Spaanse Wielrennen, dat veel meer open minded, internationaal georiënteerd en zelfverzekerd is.
In de jaren die volgden, werd het Spaanse profpeloton steeds pluriformer. Spanje bracht niet alleen wonderklimmers voort zoals Jimenez, maar ook een tijdritmonster als Olano, een ploegentijdritmachine als ONCE, een sprinter als Freire en een klassiekerrenner als Flecha.
Indurain
Pedro Delgado won de Tour slechts éénmaal. Het maakte voor Delgado’s populariteit echter weinig uit, dat hij sportief gezien later werd ingehaald door zijn jongere ploeggenoot Miguel Indurain, die vijfmaal de Tour won.
En ook al wint Contador de komend jaren nog zesmaal de Tour, voor veel Spanjaarden zal ook dat weinig uitmaken: Pedro Delgado zal voor hen altijd de Koning van het Moderne Spaanse Wielrennen blijven.
| © NUsport/Rob de Haan |
- Kilometervreters
- Aanvalluh!!!!
- Revolutie in de wielerwereld
- Granaatscherven en valpartijen
- Van ninja tot toptrainer
- De Leeuw van Vlaanderen
- De eeuwige tweede
- De droom van Eric Heiden
- Meevoelen met Mart Smeets
- Acrobatie op de fiets
- Wachten op de Elfstedentocht
- De baan & de weg
- Mandela en het WK
- Oudejaarsdag 1939
- De heerschappij van de Keizer
- De crosser en de cocaïne
- Get rich or die tryin'
- Afscheid van een tijdperk
- De grote dag van Servais Knaven
- De dood of de gladiolen
- 'Sport = entertainment'
- Dromen van de Tour de France
- In de schaduw van de mythe
- 'Jullie zijn moordenaars!'
- Betoverd door VDB
- Het wonder van Dekker
- Yoga, bier en chocolade
- De dandy en de dwaas
- De koning van Hispanje
- Een Nederlandse Vuelta-held
- Langs het ravijn
- De man met de hamer
- Hooliganisme in de wielersport
- Hij liet Contador afzien
- Legale doping
- Het verhaal van een Tourwinnaar
- De DJ van de Tour
- Vallen en opstaan in de Tour
- Wielrennen als heilsleer
- De onvermoeibare zwijger
- De lijdende luisteraar
- Bolletjestrui tegen bolletjesslikkers
- Doping voor dummies
- Extra afzien in de Tour
- Nederlands succes in de Giro
- De dorst van een kampioen
- De val van Pantani
- De macht van de keizer
- Rood-wit-blauwe wielerglorie
- Een sadistische hobby
Maandag column
| De Klassieker | |
|
Om beurten verdedigen Feyenoorder Jurryt van de Vooren en Ajacied Menno Pot de eer van hun club in de columntwist ‘De Klassieker’. |
Dinsdag column
Woensdag column
Donderdag column
| Menno de Galan | |
|
De Amerikaanse sportbeleving is niet te vergelijken met de sportwereld bij ons. Aan de hand van Menno de Galan bekijken wij elke week de hoogtepunten uit The States. |