, Voor het laatste nieuws van elke sport

Een Nederlandse Vuelta-held

Uitgegeven: 9 september 2009 10:01
Laatst gewijzigd: 9 september 2009 10:00

Bij de junioren was hij bijna onverslaanbaar. Het Nederlandse wielrennen leek een nieuwe kroonprins te hebben. De grote vraag was: in welke wielerdiscipline zou deze prins zijn koninkrijk stichten?

Het maakte Mathieu Hermans niet uit of de ondergrond een weg, een wielerbaan of een veld was: overal fietste hij hard. In zijn eerste winters als prof won hij in Nederland en Spanje een groot aantal veldritten.

Zou deze prins een heerser in de modder worden? Of liet hij zich toch liever kronen tot Keizer op de wielerbaan van Sportpaleis Ahoy? In zijn tweede profjaar vond hij aansluiting bij de wereldtop in het baanwielrennen, met een zilveren medaille op het EK stayeren.

Roeping

Uiteindelijk bleek zijn grote roeping toch het wegwielrennen: Hermans werd specialist in de massasprints. Omdat hij via zijn trainer bij een Spaanse profploeg terecht was gekomen, werd de Vuelta zijn hoofddoel.

Een paar jaar lang was hij de absolute sprintkoning van Spanje. In de Vuelta van 1988 heerste hij, zoals tegenwoordig alleen Cavendish in een Grote Ronde kan heersen: Hermans won 6 ritten.

Wielervorst

In totaal won hij dat jaar 24 koersen. In Spanje werd hij terecht geëerd als een wielervorst. Tot zijn verbazing merkte Mathieu Hermans echter, dat hij in zijn verre vaderland, door het grote publiek en zelfs door veel journalisten niet als een echte topsprinter werd gezien.

In tegenstelling tot andere Nederlandse sprinters, had hij immers nog nooit iets groots gepresteerd in dat ene beroemde koersje in Frankrijk. Bewees dat niet dat hij 'te licht' was voor 'het echte sprintwerk'?

Wie dat durfde te beweren, was blijkbaar van mening dat de complete wielerkalender jaarlijks slechts één echte topwedstrijd bevat, waarin een renner zich als 'echte topper' kan bewijzen: de Tour.

Repliek

Op 12 juli 1989 diende Mathieu Hermans zijn critici van repliek. In de laatste kilometer van de Tour-etappe naar Blagnac kwam de eenzame koploper Rudy Dhaenens ten val.

Daardoor moest onverwacht alsnog een massasprint over de etappeoverwinning beslissen. Hermans won. Na de finish waren de sprintkoning en zijn adjudanten Nijboer en Beuker totaal euforisch. Eindelijk hadden ze die speciale overwinning te pakken.

Media

Natuurlijk hadden puur sportief gezien zijn drie etappezeges in de Vuelta van 1989 samen meer waarde dan die ene rit die hij dat jaar in Frankrijk won. Maar qua media-impact was die ene Tour-rit in '89 veel belangrijker voor de status van Hermans, dan werkelijk alles te samen wat hij verder ooit had gepresteerd in de Vuelta, in veldritten, op de baan en in de klassiekers.

Enige tijd geleden zag ik in het clubhuis van een wielervereniging aan de muur een gesigneerde foto hangen, van Hermans als veldrijder. Terwijl ik er naar stond te kijken, zei een wielertrainer die achter mij stond: 'Goh, Mathieu Hermans. Dat was toch een sprinter? Die heeft eind jaren '80 nog een rit in de Tour gewonnen!'

'Ja', antwoordde ik enthousiast, 'en in de Vuelta was hij in die jaren als sprinter bijna onverslaanbaar!' 'O, dat zou kunnen… dat weet ik zo niet…'

Symbolisch

Deze ultrakorte dialoog is helaas nogal symbolisch. De wielerwereld kent zoveel geweldige topwedstrijden, van de Ronde van Vlaanderen tot en met de Giro, van de Keirin GP's in Japan tot en met het WK Downhill voor mountainbikers.

Maar zelfs al die andere wielerwedstrijden te samen, hebben nog niet zoveel impact als dat ene wedstrijdje in juli. De Tour is groter dan de wielersport.

© NUsport/Rob de Haan
Reageren? Ga naar NUjij.nl Mail/tip de redactie
Foto bij dit bericht? Stuur hem op! Zoek nieuws over dit onderwerp
Afdrukken

nusport.nl is onderdeel van het netwerk van de ilse media groep bv. 2009