Geen enkele sport brengt zoveel fascinerende verhalen voort als de wielersport. Het is geen toeval dat de eerste edities van ondermeer de Tour de France en de Ronde van Vlaanderen door krantenuitgevers werden georganiseerd.

Zij wisten dat deze wedstrijden gegarandeerd heroïsche verhalen zouden opleveren, waardoor hun kranten beter zouden verkopen.

Het wekt weinig verbazing dat in de loop der jaren veel literaire schrijvers sterk werden aangetrokken door die onuitputtelijke bron van verhalen, genaamd de wielerwereld.

Van Nobelprijs der Letteren-winnaars als Ernest Hemingway en Gabriel Garcia Marquez, tot en met Nederlandse auteurs als Tim Krabbé, Jan Siebelink en Martin Ros.

Zonneveld

Het gebeurt ook regelmatig dat coureurs, zoals Peter Winnen, Thijs Zonneveld en Pedro Horrillo, verhalen uit hun wielercarrière op papier zetten en dit de opstap blijkt naar een succesvolle loopbaan als schrijver.

Eén van de stamvaders van deze traditie is Lucien Petit-Breton, 'de eerste intellectueel in het peloton'.

Cyclus

Hij had een levensverhaal dat welbeschouwd geen stof biedt voor één armzalige roman, maar voor minstens een tiendelige romancyclus. Lucien, die eigenlijk Mazan van de achternaam heette, werd in 1882 geboren in Bretagne.

Een groot deel van zijn jeugd bracht hij echter door in Argentinië. Zijn wielerloopbaan begon daar geheel toevallig, toen hij als zestienjarige een fiets won bij een loterij. Vervolgens groeide de droom om profwielrenner te worden.

Zijn vader verafschuwde echter 'die ordinaire wielersport, die sport van kermisklanten en ander onbetrouwbaar tuig.' Daarom ging hij koersen onder een schuilnaam: 'Petit-Breton'.

Dienst

In 1902 keerde hij terug naar Frankrijk omdat hij in militaire dienst moest. Al snel won hij in zijn geboorteland allerlei grote koersen op de baan en de weg.

Lucien werd ook houder van het Record aller Records, het werelduurrecord. Voor hem was zo'n uurtje voluit fietsen relatief gezien een kleine inspanning: Hij was een grote ster in uithoudingswedstrijden op de baan die een heel etmaal duurden, zoals de Bol d'Or.

Zijn grootste faam dankte hij echter aan de Tour de France. Petit-Breton won 's werelds grootste koers in 1907 en 1908. Hij was daarmee de eerste renner die meermaals de Tour won. Na zijn tweede Tourzege schreef hij over zijn ervaringen het boek 'Comment Je Cours Sur Route'.

Columnist

Dat smaakte blijkbaar naar meer. Het jaar daarop was hij niet in de Tour aanwezig als renner, maar wel als columnist. Zijn bijdragen hadden een dusdanig niveau dat hij al snel minstens zo populair werd als columnist dan als renner: Zijn column was dagelijks de 'must read' voor het wielerpeloton en de wielerfans.

In de daaropvolgende jaren richtte hij zich weer op z'n wielerloopbaan. In hoeverre Lucien Petit-Breton zich als schrijver had kunnen ontwikkelen, zal de mensheid nooit weten.

Zijn wielercarrière eindigde in 1914, toen hij bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in dienst ging. Aan het front liep hij meermaal verwondingen op. In 1917 kwam er een einde aan zijn leven, toen hij met z'n auto op een tegenligger botste.

Door: NUsport/Rob de Haan

Deel en reageer

Net Binnen