Vallen en opstaan in de Tour
| Uitgegeven: | 15 juli 2009 10:04 |
| Laatst gewijzigd: | 15 juli 2009 10:10 |
AMSTERDAM - ‘Een voetballer die gevallen is roept om zijn moeder, een wielrenner die gevallen is roept om zijn fiets’. Hoezeer het tweede deel van dit oude sportspreekwoord waar is, wordt tijdens deze Tour weer tot in het absurde bewezen.
Veel keuze hebben wielrenners meestal natuurlijk niet. Laurens ten Dam zag er meteen na zijn val in de negende rit uit alsof hij door een asfalteerwagen was overreden.
Als hij toen echter eerst al zijn wonden had laten verzorgen, dan had hij vervolgens hooguit nog samen met Kenny van Hummel een koppeltijdrit tegen de tijdslimiet mogen rijden.
Door meteen weer op de fiets te springen, verloor hij geen seconde in het algemeen klassement en kon hij zelfs nog volop voor z’n ploeggenoten knechten. Dat bleek allemaal nog mogelijk met dat gehavende lichaam waarvan ’s avonds een foto werd gemaakt, die het toepasselijke bijschrift ‘autopsiefoto’ kreeg.
Elke profwielrenner beschikt over die Blinde Reflex om niet eerst naar z’n wonden maar naar z’n fiets te kijken. In het wieleruniversum wordt pijn niet geaccepteerd als een alarmsignaal dat het lichaam geeft omdat er iets mis is.
Pijn negeren
Spier- en zadelpijn zijn vaste ingrediënten van het dagelijks leven van een wielrenner. Profwielrenners zien het daarom juist als hun taak om het fenomeen ‘pijn’ zoveel mogelijk te negeren. Zelfs na een valpartij. Pardon: vooral na een valpartij.
Die Blinde Reflex levert regelmatig horrorverhalen op. Wat te denken van de QuickStep-renner Van de Walle die de tweede etappe van de Tour uitreed met een geperforeerde long en een gebroken sleutelbeen? Waarom was er geen Tourarts, ploegarts of ploegleider die deze renner van zijn fiets haalde?
Aan de wielrenner zelf kun je die beslissing niet overlaten. Als het om blessures gaat, dan zijn profwielrenners van nature fundamentalistische positivo’s. Ze blijven zichzelf onderweg voorhouden dat de dokter na de finish wel een wondermiddeltje zal hebben tegen hun blessure. Ze blijven geloven in hun eigen wonderbaarlijke wederopstanding. En als ze daar niet meer in geloven, dan is er pas ècht iets goed mis.
Pantani
Marco Pantani was de onbetwiste kampioen van de wonderbaarlijke wederopstandingen. Dat bewees hij ook in de eerste weken van de Giro van 2003. Na jaren vol tegenslagen vond hij toch weer de aansluiting bij de topklassementsrenners.
Tot hij een paar dagen voor het einde van de wedstrijd in een bergrit alweer hard viel. Hij zat op de grond. Z’n ploeggenoten en ploegleider stonden ongerust om hem heen. Had hij een zware fysieke blessure? Nee, het was nog veel erger…
Deze val leek voor hem die ene tegenslag te veel. De spreekwoordelijke druppel. Er was iets op brute wijze gebroken op een plek waar de dokter moeilijk gips omheen kan doen: in zijn ziel.
Peinzen
Minutenlang zat hij in de berm voor zich uit te staren, peinzend over de vraag die elk normaal mens zichzelf zo vaak stelt, maar die verboden is voor elke wielrenner die net gevallen is: 'Wat heeft het allemaal nog voor zin?'
Die dag verloor Pantani meer dan een kwartier op de roze trui en daarmee de kans op een toptienklassering. Hij reed die Giro nog wel uit. Vervolgens waren er maandenlang geruchten over ‘de volgende koersen die Pantani zal rijden’. Uiteindelijk bleek de Giro echter zijn laatste koers.
Pantani die zat te peinzen in de berm: eigenlijk was dat beeld het symbolische einde van zijn carrière. De Blinde Reflex om meteen op te staan en terug te vechten, de reflex die elke profwielrenner moet hebben om z’n vak uit te kunnen oefenen… na zoveel jaren terugvechten, terugvechten & terugvechten had Marco Pantani die reflex uiteindelijk verloren…
| © NUsport/Rob de Haan |
- Priester of profwielrenner
- De dood van een campionissimo
- De val van het fenomeen
- Fietsende broers
- Wielrenner en handelaar
- De list van Peter Post
- Een monnik in de disco
- De SS'er won het NK
- Bendeleider en topwielrenner
- De Siamese Tweeling uit Holland
- De machtsovername
- Achter de grote motoren
- De snor en het mes
- Wedstrijd van zwalkende zombies
- Daar kon geen doping tegenop
- Zingende wielrenners
- Op zoek naar wonderdoping
- Buckler bracht redding
- De val van Zoetemelk
- Met hulp van Joséphine
- Kampioen van het najaar
- Ooit zou hij rijk zijn
- Gehaat en bewonderd
- Vlaams cultuurgoed
- Sigaren, nachtclubs en knoflook
- Een dreigbrief in de Vuelta
- Mysterieuze brouwsels
- ‘Tsjielp, ik ben een vogel!’
- Dankzij de koolbladeren
- Armstrong werd verliefd
- Van stuntelaar tot tourwinnaar
- Vergiftigd in de Tour?
- De aarzeling van Armstrong
- De nachtbraker van het petolon
- De zegebloemen van Kroon
- De zelfmoord van een kampioen
- Liever poen dan roem
- De demonstratie van Cancellara
- De engel en de piraat
- Tabak, alcohol en topsport
- Het grote lekke banden-festijn
- Dansen op de Monte Zoncolan
- Hij was te goed
- De fietsende verzetsheld
- Verslaafd aan de Formule 1
- De Amstel Gold Raas
- Dankzij dat vervloekte gat
- ‘Ik zal jullie doodrijden!’
- Forever young
- Kampioen der kampioenen
Maandag column
| Balgevoel | |
|
Maandag is voetbaldag bij NUsport. Columnist Menno Pot behandelt dan ook op de eerste werkdag van de week steevast hetzelfde onderwerp: Balgevoel. |