, Voor het laatste nieuws van elke sport

Rood-wit-blauwe wielerglorie

Uitgegeven: 29 april 2009 09:22
Laatst gewijzigd: 29 april 2009 09:22

Andy Schleck leverde in Luik-Bastenaken-Luik de verbluffendste prestatie die ik dit seizoen heb gezien. Zijn zege is een voorlopig hoogtepunt in de grote wederopstanding van het Luxemburgse wielrennen.

Schlecks kleine vaderland heeft een opvallend rijke wielergeschiedenis. Nederland heeft vierendertig maal zoveel inwoners als Luxemburg, maar Luxemburg boekte tweemaal zoveel Tour de France-zeges.

Franse Vreemdelingenlegioen
Al in 1909 heerste de Luxemburger Francois Faber in de Tour. Als 22 jarige won hij 5 ritten op rij en het eindklassement. Hij ging de geschiedenisboeken in als de eerste niet-Franse Tourwinnaar. Fabers carrière eindigde toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak en hij dienst nam in het Franse Vreemdelingenlegioen.

Er bestaan verschillende verhalen over zijn dood. De bekendste versie klinkt bijna te tragisch om waar te kunnen zijn. Op 9 mei 1915 ontving Francois Faber in de loopgraven een telegram: Hij was vader geworden van een dochter. Als impulsieve reactie hierop maakte Faber een vreugdesprong. Daardoor zag een Duitse scherpschutter hem en doorboorde met een kogel zijn hart.

Charly Gaul
Erg lang hoefde Luxemburg niet te wachten op een nieuwe wielergod: Nicolas Frantz won de Tour in 1927 en 1928. Bij zijn tweede overwinning leidde hij het algemeen klassement van de eerste tot en met de laatste dag. Zijn overmacht zorgde ervoor dat er in Luxemburg stemmen opgingen om de naam van de Tour de France te veranderen in de Tour de Frantz.

Bij de verkiezing van de grootste Luxemburgse sportman van de 20e eeuw moesten Faber en Frantz het afleggen tegen een andere wielerkampioen: Charly Gaul. Van hem werd gezegd dat hij zoveel klasse had, dat hij in topvorm bergop nauwelijks hoefde af te zien; als een engel kon hij over het hooggebergte zweven. Zo won hij de Giro in 1956 en 1959, en de Tour in 1958.

Mager tijdperk
Ook na het tijdperk van Gaul bracht het kleine Luxemburg nog veel goede renners voort. Zoals Edy Schütz die ondermeer een etappe in de Tour de France en driemaal de Ronde van Luxemburg won.

Of Johnny Schleck die jarenlang in dienst reed van kampioenen als Ocana en Janssen. Of Lucien Didier die als trouwe knecht zowel Hinault als Fignon naar Tourzeges loodste en zelf ondermeer tweemaal de Ronde van Luxemburg won.

Midden jaren '80 brak er echter een uitzonderlijk mager tijdperk aan voor het Luxemburgse wielrennen, dat tot eind jaren '90 duurde. De Luxemburgse eer moest in deze jaren gered worden door buitenlandse renners die mede vanwege de centrale ligging, tijdens het wielerseizoen in het wielermaffe ministaatje woonden. Zoals Acacio Da Silva en Bjarne Riis.

Wielerpleegkind
In 1989 maakte Da Silva zichzelf onsterfelijk in z'n tweede vaderland. De Tour begon dat jaar in Luxemburg-stad. Da Silva won daar de eerste rit en droeg dagenlang de gele trui. Dankzij haar wielerpleegkind kon wielerminnend Luxemburg eindelijk weer een groot volksfeest vieren.

Tien jaar later begon de wederopstanding van het Luxemburgse wielrennen, toen Benoit Joachim bij US Postal aan de slag ging. Tweemaal zou hij als knecht bijdragen aan een Tourzege van Lance Armstrong. Vervolgens bracht Luxemburg eindelijk weer een echte wereldtopper voort, in de persoon van Kim Kirchen; telg uit het oude wielergeslacht Kirchen.

Eindpodium
De komende jaren lijkt de revival van het Luxemburgse wielrennen zelfs vooroorlogse proporties aan te nemen. Met dank aan de halve Luxemburger Riis, die al vroeg het talent onderkende van twee zonen van de eerder genoemde knecht van Ocana en Janssen.

De kans is groot dat in de zomer van 2009, honderd jaar na de zege van Faber, één van de plekken op het eindpodium van de Tour weer rood-wit-blauw zal kleuren.

© NUsport/Rob de Haan
Reageren? Ga naar NUjij.nl Mail/tip de redactie
Foto bij dit bericht? Stuur hem op! Zoek nieuws over dit onderwerp
Afdrukken

nusport.nl is onderdeel van het netwerk van de ilse media groep bv. 2009