'Alle renners nemen 'la bomba''

Tja, zo ging dat vroeger dus... "Wat zit er in dat flesje dat alle renners in hun achterzak hebben?", vraagt reporter Sergio Giubilo aan Fausto Coppi, zeg maar de Lance Armstrong van zijn tijd.

Door Hendrik Meijnders

"Dit is 'la bomba'", antwoordt Coppi zonder ook maar de indruk te willen wekken iets te verbergen te hebben.

"Dat is een stel reservebenen, samengesteld uit geheime ingrediënten waarvan de belangrijkste zijn: dextro-amfetamine en het rotsvaste geloof dat het spul werkt. Alle renners nemen 'la bomba'. Houd de lucifers ver weg van degenen die beweren dat ze het niet nemen."

Giubilo: "Neem jij ook zo’n bommetje?" Coppi: "Natuurlijk, als ik het nodig heb." Op de vraag wanneer dat het geval is, besluit Coppi laconiek: "Bijna altijd."

In de dopingbiechtperiode van het moment, is deze anekdote uit 1952 ruim zestig jaar later wat je noemt retro-actueel. De passage komt uit 'Fausto Coppi', een boek over het leven van de fameuze Italiaanse wielrenner, zoals die er de afgelopen decennia vele verschijnen.

Dat bekent de auteur ook direct ("Dit is niet de ultieme biografie geworden") in zijn woord vooraf: "Vele detailvorsers en publicaties zijn ons al voor geweest. De uitdaging lag elders. Dit boek moest een verrassende mix brengen van feiten, verhalen en beleving." En dus werd de uitgave met de mooiste, meest hemelsblauwe cover van 2013 in drieën onverdeeld.

Bartali

De feiten lees je in deel één en daar dus, voor fans van 'Il Grande Fausto' is er weinig nieuws, gaat het over de slagersgast die wielrenner werd, Gino Bartali, het krijgsgevangenschap dat Coppi onderging en dat zijn loopbaan onderbrak, Gino Bartali, zijn overwinningen, zijn nederlagen en Gino Bartali.

Maar ook over de dood van zijn broertje, zijn hobby (jagen), 'De Witte Dame', zijn uiteindelijk fatale vakantie in Afrika en (echt waar) over Gino Bartali. Diens zoon zegt, op de grens van deel twee: "Mijn vader heeft zich altijd in zekere zin schuldig gevoeld over Fausto's vroege dood."

Miss Italië

De dertien kroongetuigen van een generatie die aan haar zwanenzang bezig is (citaat van de auteur) verzorgen met hun verhalen over - en herinneringen aan Coppi voor het zenit van deze uitgave. Zijn chauffeur annex lijfwacht Gino Oriano: "Ik waakte over Fausto. Eén keer heb ik in Venetië de hele nacht de wacht gehouden bij zijn hotelkamer om te vermijden dat Fulvia Franco, Miss Italië van 1948, zijn nachtrust zou komen verstoren."

Topverhalen, versterkt door de excentrieke portretten die Stephan Vanfleteren van de oudjes maakte. Deze Belg blijft toveren met zijn camera, verzint elke keer weer nieuwe trucs, zo lijkt het, en als de gordijnen sluiten blijft het publiek achter met de mond wagenwijd open. Ongekend.

Naald in de bil

Voor het laatste deel klom auteur Frederik Backelandt zelf op de fiets en reconstrueerde hij Coppi’s grootste sportieve stunt uit 1949, een vlucht van 192 kilometer over vijf Alpencols. Knap. Origineel. Zoveel is zeker. Maar het haalt ‘t niet bij de herinneringen van Roger Decock, Flandrien maar vooral kroongetuige, die mijmert over de Ronde van Lombardije, editie 1956.

"Tijdens de beklimming van de Ghisallo stapte Coppi plotseling af. Iemand aan de kant van de weg stak hem een naald in de bil, dwars door zijn broek. Ik wist dus wie ik in de gaten moest houden." Zo ging dat dus, vroeger.

Cijfer: 8

Fausto Coppi
Uitgever: Kannibaal
ISBN-nummer: 978 94 9137 620 7
Auteur: Frederik Backelandt
Pagina’s: 163
Prijs: 39,95 euro

Door: NUsport/Hendrik Meijnders

Beeld: ANP