, Voor het laatste nieuws van elke sport

De ondergang van een lefgozer

Uitgegeven: 21 november 2009 09:07
Laatst gewijzigd: 22 november 2009 12:17

‘Ik ga dit jaar het NK Sprint winnen,’ verkondigt de pas 18-jarige Jan Ykema tijdens een trainingskamp in Inzell. De andere leden van de schaatskernploeg reageren hoofdschuddend en lacherig op de grootspraak van dat lefgozertje.

Ykema is er zo van overtuigd dat hij kampioen zal worden, dat hij daarover weddenschappen afsluit met zijn collega’s. Het levert hem tijdelijk de bijnaam ‘B. Luffer’ op.

Als de ploeg zich op de donderdag voor het NK verzamelt, draagt Ykema een nieuw kostuum. Z’n trainer complimenteert hem hiermee. Ykema antwoordt dat hij dit heeft gekocht voor zondag, omdat hij dan gehuldigd zal worden als kampioen.

De ploeggenoten moeten weer lachen om de grootspraak van de benjamin van hun team. Dat weekend blijkt het echter geen bluf, maar zelfkennis: op overtuigende wijze wordt hij Nederlands kampioen.

Wonderkind

Jan Ykema lijkt begin jaren ‘80 een schaatsend wonderkind. Van nature heeft hij ongelofelijk veel kracht en klasse. Toch slaagt hij er in de daaropvolgende jaren niet erg vaak in, om dat grote talent om te zetten in topprestaties. In de biografie die Menno Haanstra over Ykema heeft geschreven, zijn hiervoor verschillende redenen te vinden.

Door zijn woeste schaatstechniek komt hij extreem vaak ten val. Daarnaast is trainen beslist geen hobby van hem. Tijdens een duurloop kan het gebeuren dat zijn ploeggenoten zich afvragen waar Ykema is gebleven. Ligt hij al zo ver achter dat ze hem niet meer kunnen zien? Of is Jantje Ykema weer veranderd in Pietje Bell?

Even later worden de zwetende en steunende sporters gepasseerd door een auto. En wie zit daar vrolijk zwaaiend op de achterbank? Inderdaad. Wanneer de eerste loper aankomt op het eindpunt van de duurloop, staat een lachende Ykema hem daar op te wachten.

Monnik

Nee, Jan Ykema leeft niet bepaald als een monnik voor zijn sport. Hij is altijd op zoek naar kicks, naar avontuur, naar alles wat het leven minder saai kan maken. Dat blijkt ook als hij een wedstrijd in Stavanger moet schaatsen. In die Noorse plaats wordt geen sterke drank verkocht.

Daarom smokkelt Ykema in een grote koffer twintig flessen Bokma-jenever langs de douane. Voor circa 700 gulden verkoopt hij de drank aan dorstige Noren. Diezelfde avond heeft Ykema dat bedrag alweer opgemaakt in het casino en de bar van het hotel.

Schelmenroman

Een groot deel van de biografie die Menno Haanstra over Ykema heeft gepubliceerd, leest als een amusante schelmenroman. Ondertussen schetst Haanstra ook een intrigerend tijdsbeeld van een merkwaardige periode in de schaatsgeschiedenis.

De stadions zijn uitverkocht, tv-uitzendingen halen gigantische kijkcijfers. Voor de bobo’s en de sponsoren is de schaatswereld in die tijd één groot paradijs, met feesten waarbij gratis drank en voedsel overvloedig aanwezig zijn. Ondertussen wordt er echter verwacht van de hoofdrolspelers, oftewel de schaatsers, dat ze letterlijk en figuurlijk op amateuristische wijze aanklungelen.

Op basis van de indertijd geldende Olympische principes, is het vooral niet de bedoeling dat de schaatsers met hun sport geld kunnen verdienen. Maar er is bijvoorbeeld in de jaren ’80 ook lange tijd zogenaamd geen geld voor een aparte coach voor de sprinters. Die moeten maar met de allrounders meetrainen.

Hoogtepunt

Het onbetwiste hoogtepunt van de loopbaan van Ykema is de zilveren medaille op de 500 meter, op de Olympische Spelen van Calgary. Een jaar later, op 25 jarige leeftijd, besluit hij echter al om te stoppen met schaatsen. Zijn financiële situatie is daarvoor de belangrijkste reden. Hij wil niet langer afhankelijk zijn van de inkomsten van z’n vriendin en gaat op zoek naar ‘een maatschappelijke toekomst’.

Vervolgens verandert de biografie echter van een schelmenroman in een psychologisch verslag van de ondergang van een zondagskind. In de wereld buiten de schaatsbaan vindt Ykema nooit zijn draai. Hij vlucht steeds meer in coke en speed. De gevierde schaatskampioen verandert op den duur in een junk die in z’n auto slaapt en voedsel uit containers eet.

Persoonlijke band

Menno Haanstra begint deze biografie met het beschrijven van de persoonlijke band die hij met Ykema heeft. Midden jaren ‘80 wordt de sprinter, om dichterbij de trainingsbaan te overnachten, door de KNSB in een gastgezin geplaatst.

Toevallig is zijn gastouder de oma van de 7-jarige Menno, die daar vaak over de vloer komt. De sprinter is in die tijd de grote held van het jochie. Wanneer Haanstra zijn jeugdheld in 2004 nog eens opzoekt, ontmoet hij een fysiek en mentaal wrak.

Universeel verhaal

In deze biografie wordt op een mooie en openhartige wijze een verhaal verteld, dat helaas niet op zichzelf staat. Het is het universele verhaal van een wonderkind dat tijdens zijn carrière als een volksheld op een schild wordt rondgedragen, maar na die carrière zelfstandig de weg niet kan vinden en daarom heel hard in een zwart gat dondert.

Gelukkig lijkt er in het geval van Ykema een ‘happy end’ aan het verhaal te zitten. De laatste jaren is hij weer opgekrabbeld. Anno 2009 staat Jan Ykema als schaatstrainer op het ijs.

Titel: Jan Ykema. Pikstart, verslaving en comeback van een hypersprinter
Auteur: Menno Haanstra
Uitgeverij: Amstel Sport
Pagina’s: 237

Bestel dit boek op Sportgeschiedenis.nl

© NUsport/Rob de Haan
Reageren? Ga naar NUjij.nl Mail/tip de redactie
Foto bij dit bericht? Stuur hem op! Zoek nieuws over dit onderwerp
Afdrukken Stel je vraag over dit onderwerp

Deze week in het magazine:

Editie 6

- ‘Ajax zo lek als een mandje’
- Project Luuk de Jong
- Emanuelson vecht voor droom
- Schaatsfluisteraar Geert Kuiper
- De twee gezichten van Caldas
- In the picture: Richard Krajicek

Volledig overzicht

Bestel los

Bekijk alle aanbiedingen

FC Knudde

nusport.nl is onderdeel van het netwerk van Sanoma Digital. 2010