, Voor het laatste nieuws van elke sport

Dolle mina's met hockeysticks

Uitgegeven: 16 oktober 2009 22:49
Laatst gewijzigd: 16 oktober 2009 22:53

Ze was verschrikkelijk snel. Tijdens een testwedstrijd op de 100 meter finishte ze bijna gelijk met Fanny Blankers-Koen. Later bekende Fanny dat ze ‘als de dood’ was voor deze nieuwe concurrente.

Toch besloot Eefje Piel om niet verder te gaan met atletiek. Al dat fanatieke gedoe was niets voor haar. Nee, liever deed ze aan hockey. Dat was tenminste ‘gezellig’. Als hockeyinternational kon ze ‘een gewoon leven leiden, met een drankje, een sigaretje en een vriendje.’

Decennialang werd hockey zelfs door de hockeybond beslist niet gezien als een topsport. Het was een gezelschapsspel voor de ‘elite’. Met name bij het dameshockey werd het motto ‘het moet wel leuk blijven’ tot in het absurde toegepast.

Begeleiding

Er werd wel een zogenaamd ‘wereldtoernooi’ georganiseerd, waarbij de dames zich konden amuseren door tegen andere nationale teams te spelen. Bij dit toernooi werd echter geen eindwinnaar aangeduid. Dat zou immers alleen maar tot ordinaire fanatieke taferelen kunnen leiden.

De begeleiding bij het nationaal dameshockeyteam was ook beneden elk niveau. Ze hadden niet de beschikking over een arts of een fysiotherapeut.

Zelfs de coaches vonden indertijd dat dameshockey zo’n onbeduidend spel was, dat er voor een dameswedstrijd nooit een warming-up werd gedaan

Reactie op conservatisme

In de roerige jaren ’70 riep dit conservatisme een reactie op. Zoals de Dolle Mina’s in die tijd de straat op gingen voor de emancipatie van vrouwen in de maatschappij, zo brak er ook in de hockeywereld een felle strijd uit voor emancipatie.

De speelster Toos Bax besloot tot een aantal simpele doch revolutionaire acties. Met haar ploeggenoten ging ze bijvoorbeeld op de tribune zitten tijdens de warming-up van een mannenwedstrijd, om te bestuderen wat ze deden. Vervolgens deden de dames die oefeningen voor hun eigen wedstrijd exact na.

Ook José Poelmans stond in die jaren veelvuldig op de barricades, om te ageren tegen de oubollige en chique afgevaardigden van de hockeybond, die slechts uitblonken in één ding: heel veel sherry drinken.

Grote cultuuromslag

Dat Bax en Poelmans de basis legden voor een grote cultuuromslag, is af te lezen aan de portretten in het boek ‘De Hockey Top 50 – de beste Nederlandse hockeyers (m/v) aller tijden’. De dameshockey-generaties die na Bax en Poelmans volgden, werden steeds meer gekleurd door fanatieke types als Mijntje Donners.

Ja, dameshockey ging zowaar op een topsport lijken. Al was er ook nog steeds plek voor types als Martine Ohr, die tijdens de rust doodleuk aan medespeelsters kon vragen: ‘Wat is de stand eigenlijk?’

Deskundigen

‘De Hockey Top 50’ is geschreven Philip Kooke en Rim Voorhaar. Voor het kiezen van de vijftig beste vrouwelijke en vijftig beste mannelijke hockeyers die Nederland heeft voortgebracht, raadpleegden zij maar liefst vijftig deskundigen.

Vervolgens zijn de auteurs er in geslaagd om over die 100 hockeyers een boekje te produceren, dat ook amusant is voor lezers die geen fanatieke hockeyfans zijn. Dat komt vooral doordat in de portretten beeldende en smeuïge anekdotes worden gebruikt, die elke geportretteerde binnen een paar alinea’s als hockeyer èn als mens tot leven brengen.

Vooroordelen

Het boekje bevestigt overigens veel vooroordelen over de hockeywereld. Zo nodigt de schrijfstijl uit om veel passages met een hete aardappel in de mond voor te lezen. Ook merkt de lezer dat het motto van de Heren Top 50 had kunnen zijn: ‘alle ballen verzamelen!’ Het aantal studenten bedrijfseconomie en tandheelkunde is opvallend hoog.

Het klassieke voorbeeld van een cliché-hockeyspeler was René Klaassen, die thans ‘tandarts te Velp’ is. Hij vond hockey best leuk, maar hij hield minstens zoveel van ‘zijn biertjes en Caballero-sigaretten’. Die levenshouding weerhield hem er niet van, om jarenlang een belangrijke schakel in het Nederlands elftal te zijn. In 1990 werd hij met dat team zelfs wereldkampioen.

Clichébeeld

Er worden in dit boek echter ook spelers beschreven, die juist het tegendeel van dat clichébeeld waren, zoals Dick Loggere. Rond 1950 was hij het boegbeeld van het nationale team. Hij had z’n dieet afgesteld op tophockey en wist alles van de tegenstanders.

Via briefjes wilde hij die kennis met zijn teamgenoten delen. De meesten vonden dat maar merkwaardig. 'Het moet immers wel leuk blijven!'

Titel: De Hockey Top 50. De beste Nederlandse hockeyers (m/v) aller tijden
Auteurs: Philip Kooke en Rim Voorhaar
Pagina’s: 160
Uitgeverij: Amstel Sport

Bestel dit boek op Sportgeschiedenis.nl

© NUsport/Rob de Haan
Reageren? Ga naar NUjij.nl Mail/tip de redactie
Foto bij dit bericht? Stuur hem op! Zoek nieuws over dit onderwerp
Afdrukken Stel je vraag over dit onderwerp

Deze week in het magazine:

Editie 6

- ‘Ajax zo lek als een mandje’
- Project Luuk de Jong
- Emanuelson vecht voor droom
- Schaatsfluisteraar Geert Kuiper
- De twee gezichten van Caldas
- In the picture: Richard Krajicek

Volledig overzicht

Bestel los

Bekijk alle aanbiedingen

FC Knudde

nusport.nl is onderdeel van het netwerk van de ilse media groep bv. 2009