De klerelijer
| Uitgegeven: | 12 februari 2010 09:19 |
| Laatst gewijzigd: | 12 februari 2010 11:44 |
Voetballiefhebbers die niet veel met Ajax ophebben ergeren zich groen en geel aan Luis Suarez. Met een beetje goede wil kunnen zij waardering opbrengen voor zijn acties en doelpunten, maar het vallen en het uitdagen van tegenstanders vinden ze vreselijk.
Suarez is een etter in het veld. Voor hem is alles geoorloofd als hij maar wint. Zo’n mentaliteit is aangeboren. Het valt niet te leren. Het heeft er niets mee te maken dat hij uit Zuid-Amerika komt. De klerelijer heeft geen land van herkomst of kleur. Hij is universeel.
De grens
De ware klerelijer weet precies tot hoever hij kan gaan. De scheidsrechter bepaalt de grenzen, de klerelijer zoekt ze op. Balancerend op ’t randje speelt hij z’n wedstrijd. Hij schopt, hij vecht en hij zuigt. De echte krijgt zelden of nooit een rode kaart. Gele kaarten incasseert hij met veel misbaar.
Het was andersom, hij deed niets, de arbitrage is blind, hij wordt genaaid door zijn opponent. De hele wereld is op dat moment tegen hem. Mismoedig schudt hij zijn hoofd en aast op revanche. Nooit of te nimmer is de klerelijer aangeslagen door een gele kaart. Integendeel, het geeft hem kracht. Met dubbele energie zoekt hij bal en tegenstander.
Een gele kaart voelt hij als een persoonlijke nederlaag en een overwinning voor zijn directe tegenstander. Daar kan hij absoluut niet tegen. Trainers en medespelers houden hun hart vast, want dit zijn fases waarin de klerelijer kwetsbaar is.
Van Hanegem en Neeskens
Deze legendarische middenvelders vochten menig gevecht uit op het scherp van de snede. De vonken vlogen eraf. Gebroken neuzen, gapende hoofdwonden, niets was ze te veel. Even schudden met het hoofd en hups, daar gingen ze weer. Elkaar lachend aankijkend. Het hoorde erbij. Maar de Kromme en de Nees waren geen klerelijers, al had Van Hanegem wel de potentie. Zij streden met open vizier. Incasseerden en deelden uit. Zonder morren.
Nederland is vrij onbekend met het fenomeen. Het zit niet in onze genen. Wij zijn te lief. Mark van Bommel is een twijfelgeval. Hij heeft alle kenmerken om een klerelijer te zijn. Zijn spel is soms op het gluiperige af en hij zal in een wedstrijd alles uit de kast halen om tot een goed resultaat te komen.
Maar Van Bommel is een uitdeler en kan slecht ontvangen. Daarnaast pakt hij ieder treffen wel een gele kaart en als hij die eenmaal heeft is het gevaar van een rode nooit ver weg. En dat gebeurt de athentieke klerelijer niet. Die voelt feilloos aan dat de grens bereikt is en hij zich enige tijd zal moeten inhouden.
Jon Dahl Tomasson
Minstens één keer per wedstrijd gaat de Deen theatraal liggen in het strafschopgebied. Veel talent heeft hij niet, maar zijn overgave is indrukwekkend. Tomasson is niet vies van een duwtje, een trapje of een verbale uitbarsting. Bij hem wordt het slim genoemd. Routine.
De klerelijer is per definitie een goede tot zeer goede voetballer. Hij haalt het bloed onder je nagels vandaan, maar ieder elftal kan er één gebruiken. Zij kunnen een wedstrijd doen kantelen. Of medespelers die er te gemakkelijk over denken wakker maken.
Volgens mij doen Tomasson en Suarez hetzelfde. Zij trachten hun team aan de zege te helpen. Daarbij maken zij gebruik van alle middelen die hen ter beschikking staan. Geoorloofde en ongeoorloofde.
Naar eer en geweten
Ik heb er geen enkel probleem mee. De man in ’t zwart loopt op het veld om de regels te handhaven. Dat doet hij, mag ik aannemen, naar eer en geweten. Maar een perfecte wedstrijd zit er voor scheidsrechters niet in. Het is onmogelijk alles te zien. Sommige spelsituaties zijn ondoorzichtelijk, beslissingen dienen in een split second te worden genomen.
Het zijn de momenten waar Suarez en Tomasson op wachten. Ze ruiken het, ze voelen het in elke vezel van hun lichaam. Zulke voetballers worden door de eigen supporters op handen gedragen. Er gebeurt iets als dat soort spelers in de buurt van de bal komt. Dat voelt het publiek. De mensen op de tribune vinden het prachtig. Het is tenslotte ‘hun’ klerelijer
| © NUsport/Nico Snijders |
Stel je vraag over dit onderwerp |
- Wèèwéééjn
- De dood of de gladiolen
- Messi de grootste? Nee!
- Alles of niets voor ManU
- De prijzen worden verdeeld
- Ajax, meer rood dan wit
- Naar het buitenland
- Doodschoppen in het voetbal
- De familie Van Dijk
- Puyol moet Barcelona redden
- De klerelijer
- Onverwachte rivaal voor Bayern
- Wayne’s world
- 'Rafa' is de baas
- Mourinho en Van Gaal
- Kleurrijk spektakel in Angola
- Gezondheid voor Oranje
- Spanning terug in Premier League
- Goede wijn behoeft geen krans
- Het spoor bijster
- Messi en Valerón
- Romero en Waterreus
- Geen Primeur voor Wenger
- De play-offs
- Clarence in de lobby
- Een klassieker met ‘jongetjes’
- Controverse tussen twee steden
- Topscorer
- Complexen
- La commedia dell’arte
- Elia tegen Robben
- De oude man en het voetbal
- Vrouwen nog niet serieus te nemen
- Van Okudera tot Honda
- Barça – Real Madrid: 29 november!
- Geen perspectief voor tifosi
- Advocaat van de Duivel(s)
- De eerste Topper
- Hoeveel trainers halen de Kerst?
- De familie Verón
- Citizen Tévez
- Florentino Munsterman
- Das Ungeheuer & Psycho
- Vuvuzela en Rode Ster
- Verrassing!
- Carletto heeft de gave
- Cristiano Ronaldo en Ibrahimovic
- The class of '88
- Onze mannen in den vreemde
- De keerzijde van het succes
Maandag column
| Balgevoel | |
|
Maandag is voetbaldag bij NUsport. Columnist Menno Pot behandelt dan ook op de eerste werkdag van de week steevast hetzelfde onderwerp: Balgevoel. |