, Voor het laatste nieuws van elke sport

De tennismachine van Agassi

Uitgegeven: 4 november 2009 09:16
Laatst gewijzigd: 4 november 2009 09:44

Andre Agassi haatte tennis, met een ‘donkere en geheime passie’, zoals hij in zijn memoires Open schrijft. (Voor de goede orde: ik heb zijn boek nog niet gelezen, maar baseer mij op citaten eruit in de Amerikaanse pers.) Waarom? Vanwege een tennismachine, De Draak.

De Draak. Je wilt er alles van weten, maar tot de publicatie van het boek moeten we het met deze summiere mededeling doen.

Bekend is alleen dat de vader van Andre, Mike Agassi, de kwade genius was achter dit duivelse apparaat.

Veronderstelling een: De Draak spuwde geen vuur maar tennisballen. Veronderstelling twee: de jonge Andre bracht dagelijks urenlang door tegenover de muil van het beest. Hij stond in de vuurlinie: spuwen, terugslaan, spuwen, terugslaan. Gek werd hij ervan.

Veronderstelling drie: vader Mike had zich achter De Draak opgesteld. Als zijn zoon om genade smeekte, voerde hij het tempo van het ballen spuwen op. Hij wilde van zijn zoon een kampioen maken.

Haat

Andre Agassi is dit jaar niet de eerste toptennisser uit Amerika die zijn sport zegt te hebben gehaat. Serena Williams ging hem daarin voor, zij het dat zij in haar autobiografie On the Line minder uitgesproken is. In een eerdere column (Over Serena en sinaasappels, 17 september) schreef ik over een onthullend incident uit haar jeugd.

Als acht- of negenjarige speelster koelde ze op de trainingsbaan haar woede op sinaasappels, buiten het gezicht van haar dominante vader. Richard Williams was net zo’n slavendrijver als Mike Agassi.

Venus en Serena moesten elke dag urenlang oefenen, of ze zin hadden of niet. Ze waren proefkonijnen, verwekt met het doel toptennissers op de wereld te zetten die van hem een vermogend man moesten maken.

Mike Agassi en Richard Williams zijn in hun opzet geslaagd. Maar het is niet vreemd dat hun kinderen een zoetzure relatie met hun sport hebben ontwikkeld, een mengsel van genegenheid en walging.

Verbazing

In NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag uitten een aantal voormalige toptennissers uit Nederland hun verbazing over de bekentenis van drugsgebruik in Open door Agassi.

Richard Kraijcek ("ik snap die bekentenis niet"), Jacco Eltingh ("dom") en Tom Okker ("weinig zinvol") gaan echter niet in op het verband dat Agassi naar verluidt legt tussen zijn haat jegens De Draak (en zijn vader?) en de tennissport en zijn latere gebruik van crystal meth.

Wie langs de oppervlakte van sport wenst te scheren kan er bezwaar tegen maken. Was dat nou nodig? Had Agassi zich niet kunnen beperken tot een verslag van zijn hoogte- en dieptepunten op de baan, met een slothoofdstuk waarin hij Steffi Graf in de armen valt?Besmeurt hij met zijn bekentenis niet het imago van deze ‘schone sport’ (Kraijcek)? Voor het geld hoeft hij het toch niet te doen?

Zelfreflectie

Wie zich niet bij deze eendimensionale werkelijkheid wenst neer te leggen, wie geïnteresseerd is in complexe helden, wie nieuwsgierig is naar de drijfveren van een charismatische tennisser, kan vermoedelijk wel waardering opbrengen voor de behoefte aan zelfreflectie (en afrekening?) van Agassi. De autobiografie van een topsporter is niet per definitie saai, of het equivalent van een slotscène van een film uit Hollywood.

© NUsport/Menno de Galan
Reageren? Ga naar NUjij.nl Mail/tip de redactie
Foto bij dit bericht? Stuur hem op! Zoek nieuws over dit onderwerp
Afdrukken Stel je vraag over dit onderwerp

nusport.nl is onderdeel van het netwerk van de ilse media groep bv. 2009