Zondag staat heel Noord-West Engeland in het teken van Liverpool – Manchester United. De rivaliteit is enorm. Het zijn de succesvolste clubs van het eiland en de beide supportersscharen kunnen elkaars bloed wel drinken.

De oorzaak gaat, mede, terug tot eind 19de eeuw. Toen werd het Manchester Ship Canal gegraven en kreeg Manchester een directe verbinding met de zee.

Tot die tijd werden alle goederen in Liverpool afgeleverd en vervolgens getransporteerd. In Liverpool voelde men zich letterlijk en figuurlijk gepasseerd, een controverse was tussen twee steden was geboren en duurt dus al meer dan honderd jaar.

The 70’s en 80’s

In Nederland leerden we Liverpool kennen in december 1966. In de legendarische ‘mist-wedstrijd’ werd het elftal van manager Bill Shankly met 5-1 afgedroogd door Ajax. Volgens de bepaald niet bescheiden Shankly zou deze uitslag op Anfield wel even recht gezet worden, maar dat liep iets anders.

Shankly is nog steeds razend populair in Liverpool en was redelijk succesvol, maar pas onder zijn opvolger Bob Paisley kwamen de Europese trofeeën. Tussen 1977 en 1984 won de club vier keer de Europa Cup der Landskampioenen, de voorloper van de CL. Met voetballers als Kevin Keegan, Kenny Dalglish, Graeme Souness en Alan Hansen heerste Liverpool ook op het continent en vestigde de club definitief zijn naam.

Maar dat is allemaal lang geleden. Liverpool won won in 2005 nog wel de CL – die zinderende finale tegen AC Milan – maar in de competitie wil het al jaren niet meer lukken. De laatste titel dateert van 1990 en dat is een topclub onwaardig.

Het hondstrouwe publiek smacht naar een kampioenschap. Vorig seizoen leek het er even op dat Benitez zichzelf onsterfelijk zou maken, maar uiteindelijk faalde Liverpool op de beslissende momenten.

The 90’s en de nieuwe eeuw


In de periode dat Liverpool geen kampioen werd, lukte dat Manchetser United elf maal! Ik ben nooit zo’n fan van Ferguson geweest, maar zijn prestaties spreken voor zich. De manager die al sinds mensenheugenis de scepter zwaait op Old Trafford laat zijn team zelden avontuurlijk spelen.

Eric Cantona bracht jeuïgheid in het spel en Cristiano Ronaldo was/is van de buitencategorie, maar over het algemeen is er bij Sir Alex geen ruimte voor individualisten. Momenteel is alleen Ryan Giggs in staat iets creatiefs te doen. Dat doet-ie trouwens al jaren. En met succes.

Het is tekenend dat Luis Antonio Valencia werd aangetrokken als opvolger van Cristiano Ronaldo. De van Wigan Athletic overgenomen Ecuadoriaan heeft een enorme actieradius. Hij bestrijkt in z’n eentje de gehele rechterkant. Maar het is pure degelijkheid. En als hij niet speelt, doet oud-PSV’er Ji-Sung Park precies hetzelfde.

Het heden en verleden

Al speelt ManU niet geweldig, het wint wel. In de competitie was er slechts één nederlaag. Bij promovendus Burnley. Het blijft een moeilijk te kloppen ploeg, dat ondervond CSKA Moskou van de week nog. Het strijdt dit seizoen gewoon weer mee om de prijzen. Prettig voor ‘ons’ is de rentree van Van der Sar. Je mag toch blijven hopen...

Liverpool is tè afhankelijk van Fernando Torres en Steven Gerrard. Beiden zijn geblesseerd en er wordt hard gewerkt ze op tijd fit te hebben. Torres is topscorer in de Premier League en doet z’n werk naar behoren. Gerrard heeft de grote vorm nog niet gevonden. Met of zonder zijn sterren, Liverpool móét. Het staat zeven punten achter en bij verlies is het seizoen al afgelopen voor het goed en wel begonnen is.

Owen
Michael Owen zal een warm onthaal krijgen in het stadion waar hij is groot geworden. Het komt niet vaak voor dat een voetballer voor beide clubs heeft gespeeld. Paul Ince en Peter Beardley zijn andere voorbeelden. Maar daar zaten net als bij Owen dan altijd andere clubs tussen.

Rechtstreeks van Liverpool naar Manchester, of andersom, komt al jaren niet meer voor. In de zomer van 2007 wilde de Argentijn Gabriël Heinze van ManU naar Liverpool. Ferguson hield de transfer persoonlijk tegen.

Niets gunnen

En daardoor blijft Phil Chisnall de laatste die rechtstreeks werd getransfereerd. Wie? Phil Chisnall. Bill Shankly betaalde £ 25.000 aan Matt Busby – die trouwens 4 jaar voor Liverpool voetbalde - om hem over te nemen.

Dat was in 1964. Sindsdien is geen enkele speler direct van de ene naar de andere gegaan. Ze gunnen elkaar werkelijk helemaal niets.

Door: NUsport/Nico Snijders