Parkhead

Woensdag, tijdens Celtic - Barcelona, waande ik me even terug op Parkhead. Het was een indrukwekkende, wonderlijke dag, toen in 2001. 

Door Menno Pot

Celtic - Barcelona 2-1. Grappig toch, hoe je van een ploeg ken verlieze die eigenlijk helemaal niet van je ken winne. Misschien had die Cruijffiaanse wijsheid toch wat beter in het Spaans en Catalaans vertaald moeten worden.

Het allermooist vond ik de vreugdetranen van Celtic-supporter Rod Stewart. Niks hysterie: gewoon een trotse supporter die sereen een traan wegpinkte, terwijl het stadion zo te zien een rondje door de buurt stuiterde.

Rod had iets goed te maken (Da Ya Think I’m Sexy en meer van dat soort onzin), maar woensdag was hij voor mij weer Rod the Mod. Zijn solocarrière is hem bij deze vergeven: schone lei vanaf The Faces, Rod. Geen probleem.

Over de entourage waarin Barça kapseisde, kan ik een beetje meepraten. Ik maakte het op 23 augustus 2001 zelf mee: Celtic - Ajax, voorronde Champions League.

Ajax kapseisde niet op Celtic Park (ze wonnen zelfs met 0-1), maar dat hoefde ook niet meer: kapseizen hadden ze twee weken eerder al gedaan in de Arena (1-3).

Zeperds

Europese zeperds; we begonnen eraan te wennen. Toch deed zich wel zoiets voor als een 'Parkhead-effect'. Winnen op Celtic Park doen niet zo heel veel ploegen en het is voor spelers en supporters ge-wel-dig om mee te maken, zélfs wanneer het een overwinning voor de kat z’n spreekwoordelijke viool is.

De thuisblijvers keken verbaasd op van de uitgelatenheid onder de Glasgow-gangers: geweldig, alles was weer even goed. Niemand baalde.

Die sfeer kwam Ajax slecht uit. De club wilde die week trainer Co Adriaanse ontslaan, het officiële persbericht lag al klaar en directeur Arie van Eijden had het alvast in de oren van een paar journalisten gelald tijdens een borrel in Glasgow.

Maar de winst op 'Parkhead' gaf ploeg en fans zo’n boost dat de club na thuiskomst de trainer niet meer met goed fatsoen de keien op kon smijten.

Adriaanse kreeg uitstel van executie en mocht tot nader order blijven. De volgende ochtend meldden zelfs de relatief fatsoenlijke kranten zijn ontslag als een voldongen feit.

Pers voor schut, Ajax en Van Eijden voor joker, kortom: erg geestig allemaal. Een dergelijk scenario had zich nooit kunnen ontrollen in, pakweg, een Moldavisch stadionnetje van niks.

Maar dat terzijde.

Texaanse woestijn

Waar het om gaat, is dat ik tijdens mijn omzwervingen als voetbalsupporter maar één keer supportersgezang heb gehoord dat zo hard was dat de lucht ervan trilde, als de kringelende hitte boven een asfaltweg door de Texaanse woestijn.

Op Celtic Park dus. Celtic-fans zeggen Parkhead, naar de wijk waarin het ligt.

Toen de Celtic-aanhang pal voor de aftrap You’ll Never Walk Alone aanhief, stokten de gesprekken in onze kelen. Het had geen zin meer ze te vervolgen. Het geluid, door louter mensenkelen geproduceerd, was zo hard dat het in je oorschelp uit de bocht vloog en vervormd je schedel binnen spoot.

Vlekken voor je ogen. Het was de enige keer dat ik het gezang van de fans als fysiek intimiderend ervoer. Het was spooky. Alsof je erdoor geplet werd.

En het was toch al zo’n wonderlijke dag.

Mijn vrienden en ik waren op sleeptouw genomen door bevriende Schotten: we mochten meeliften met een bus Celtic-fans.

Toen we instapten, werden we door het bonte gezelschap mannen, vrouwen en kinderen (roodharig of kaal, meestal tandeloos maar zonder uitzondering gekleed in groen-witte hoops) buitengewoon vriendelijk verwelkomd.

Folklore

Toen de chauffeur het gaspedaal weer intrapte, namen onze reisgenoten nog maar een hap gefrituurde schapeningewanden en gingen ze verder met het zingen van vrolijke Keltische volksliedjes over de IRA, het onthoofden, opblazen en door de knieën schieten van protestanten en meer van dat soort dingen. Folklore.

Bedreigend? Nee hoor. Ik kreeg totaal niet de indruk dat ze ons óók als de inhoud van een bord chili con carne tegen een muur wilden zien spatten; dat gold alleen voor Engelsen en protestanten. Het was heel gemoedelijk allemaal.

Sommige van hun stemmen waren bijna net zo krachtig hees als die van Rod Stewart. Hem ben ik die dag trouwens niet tegengekomen. Wel veel rotstewards, maar dat is weer een ander verhaal.

Door: NUsport/Menno Pot

Beeld: ANP