Moffen
| Uitgegeven: | 14 november 2011 14:28 |
| Laatst gewijzigd: | 14 november 2011 22:45 |
Dinsdag Duitsland - Nederland. Vriendschappelijk? Niks ervan. Daarvoor is de situatie nog altijd veel te beladen.
Het was 21 juni 1988 en ik had in mijn dertienjarige leven eigenlijk verbazingwekkend weinig problemen met Duitsers gehad. Hun twee grote, onvergeeflijke misdaden tegen het Nederlandse volk (1940-1945 en 1974) waren van voor mijn tijd. Iets ergers dan Still Loving You van The Scorpions hadden ze mij eigenlijk nog niet geflikt.
Maar toen Marco van Basten die avond loskwam van Jürgen Kohler, zijn rechterschoen tegen de dieptepass van Jan Wouters zette en de beslissende 2-1 langs Eike Immel schoof, bracht de reactie van mijn vader een kentering teweeg in mijn denken over Duitsers.
Hufters
Mijn vader (bouwjaar 1951, normaliter een toonbeeld van rust en beschaving) sprong met overslaande krijsstem op uit de bank en rende met zwaaiende armen door de kamer, om daarna van pure emotie neer te zijgen en met beide vuisten op het parket te hameren, gillend: “We hebben ze, we hebben ze, die hufters, eindelijk hebben we ze!”
Het moest toch wel behoorlijk erg geweest zijn, wat ‘ze’ ons Hollanders hadden aangedaan. Ik besloot daarom met terugwerkende kracht een hekel aan Duitsers te hebben en ze voortaan moffen te noemen, zoals het een goed vaderlander betaamt.
Ik wist wel ongeveer hoe ik mijn moffenhaat in de praktijk gestalte moest geven. Mijn grote neven gaven al jaren het voorbeeld: die kregen altijd iets grimmigs over zich zodra het in voetbaldiscussies over Duitsland en de Duitsers ging.
Draafvoetbal
Dan knarsten de tanden en ging het over 'die gore moffen' met hun draafvoetbal, hun gemekker om gele kaarten voor de tegenstander, hun matennaaierij en geniepige, onterechte mazzelgoals in de slotminuten, bij voorkeur uit onterecht toegekende vrije trappen of strafschoppen.
Ik hield mijn weerzin de rest van mijn middelbare schooltijd noest levend, al moest ik daarvoor wel over wat droge feiten heenkijken: Rinus Michels had in 1988 zijn middelvinger opgestoken naar de Duitse tribunes, Ronald Koeman had voor een tv-camera zijn kont afgeveegd met het shirt van Olaf Thon en Hans van Breukelen had in zijn beste Duits tegen een liggende Frank Mill geroepen “Ich hoffe dass du fucking sterbst!.” Niettemin: de moffen waren erger.
In 1989 waren het (in De Kuip) opnieuw niet de moffen maar de Nederlanders die pal voor tijd scoorden uit het niets en in 1990 kwatte Frank Rijkaard zonder duidelijke aanleiding in Rudi Völlers haar, maar ja: je moest nu eenmaal koekjes van eigen deeg uitdelen om overeind te blijven tegen die smeerlappen.
Goedmoedig
In de jaren negentig bracht de mof me langzaam aan het twijfelen. Ik reisde Ajax achterna naar Dortmund (1996) en Bochum (1997) en moest constateren dat de supporters van de tegenstander die ik tegenkwam onthutsend vriendelijk en goedmoedig waren, ondanks het feit dat hun teams door Ajax waren weggespeeld.
In het decennium daarna kwamen de krachtsverhoudingen in het Europese voetbal iets anders te liggen en stelde ik in München (2004) en Bremen (2007) vast dat die goedmoedigheid ook intact bleef wanneer de moffen in kwestie Ajax hadden weggespeeld (respectievelijk 4-0 en 3-0), in plaats van andersom. Ook dan: niets dan sportiviteit en respect.
De infantiele Nederlandse neiging tot jennen en lange neuzen maken na een overwinning hebben ze blijkbaar niet zo, die Duitsers, want zo ben ik ze maar weer gaan noemen sinds in onderlinge duels de ergste janksmoel (Arjen Röbben) en de ergste matennaaier (Mark von Bömmel) in het oranje spelen. Ik begon de oude vijand gevaarlijk sympathiek te vinden, eerlijk gezegd.
Oorlog
De tijd leek me eigenlijk wel rijp om een vriendschappelijk potje voetbal tegen de Duitsers ook maar eens daadwerkelijk te benaderen als ‘vriendschappelijk’, maar nee, Mark van Bommel wil er nog niet aan, en die heeft de oorlog nog meegemaakt, dus wie ben ik dan nog?
“Nederland - Duitsland is nooit vriendschappelijk”, sprak de Feldwebel van het Oranje-middenveld, in de aanloop naar het treffen in Hamburg van dinsdagavond.
Ik heb daar nog eens over nagedacht en heb besloten dat ik het met hem eens ben. Zolang The Scorpions die afscheidstournee maar blijven verlengen, kan van vriendschappelijk voetbal geen sprake zijn. Bajonet erop, dinsdagavond.
|
|
|
Stel je vraag over dit onderwerp |
- Wedstrijd van het Jaar
- Lang en gelukkig
- Huldiging
- De ijsjes van Iniesta
- Mickey Mouse
- Veendam in nood
- Afkoelen met Eberhard
- Het verdriet van Bosman
- De tranen van Twiek
- De sigarenzaakgeneratie
- Pelé, Messi en de kift
- Piekmanagement
- Kansloze missie
- Lynchpartij
- Homoclub
- Drietrapsraket
- Atletisch Afrika
- 'Tot in de eeuwigheid, amen'
- Buiging voor United
- Trainerstreurnis
- De mistrap van Wesley
- Sorry, Sepp...
- Sergeant Jan
- Dank u, Sinterklaasje
- Combi-zombie
- Mistwedstrijd
- Moffen
- En altijd rolt de bal…
- Koeman-tribune
- Jongens van het foebal
- Ik, Rik
- Bert tegen Bayern
- Volksclub
- Delle Alpi
- Eindhoven de gekste
- Voetballershumor
- Clubliefde volgens Arno
- Uittrap
- Ties, Leen en Tedje
- De Herdgang-blues
- Adoptieclub
- Pizzapraktijken
- De waarheid over Paraguay
- Vlaar en de vrouwtjes
- De moord op Oranje
- Met Jan in de goal…
- Paard, ruiter, Colonel
- Russische reuring
- Zorgen over Oranje
- Sepp de Sjoemelaar
Vrijdag column
| Balgevoel | |
|
Vrijdag is voetbaldag bij NUsport. Columnist Menno Pot blikt dan ook op de laatste werkdag van de week vooruit op het voetbalweekeinde met steevast hetzelfde onderwerp: Balgevoel. |
Weekend column
Maandag column
| Mart Smeets | |
|
Naast zijn column achterin het magazine van NUsport, geeft Mart Smeets voortaan ook iedere maandag op de website zijn visie op de sportwereld. |
Dinsdag column
| Auke Kok | |
|
Auke Kok is journalist en schrijver. Hij is auteur van o.a. '1974. Wij waren de besten' en '1988. Wij hielden van Oranje'. |